zaterdag 13 oktober 2012

SLUITSTEEN

Ter gelegenheid van het twintigjarig bestaan van het Brabantse dichterscollectief Mengmettaal, schreef Mark Meekers (Marcel Rademakers) een inleiding voor de verzamelbundel "Sluitsteen", uitgegeven bij uitgeverij P, Leuven 2012. SLUITSTEEN In 1991 verdween het Europees Poëziecentrum dat in Leuven gevestigd was. Daarmee kwam ook een einde aan een mooie reeks publicaties en nooit geëvenaarde Europese Poëziefestivals (Mario Luzi, Padron, Homero Aridjis, Seamus Heaney, Desmond Egan, André Chouraqui, Casimiro de Brito etc.) De Leuvense Schrijversaktie, die regionale poëzieavonden en publicaties zoals Leuvense Letters uitgaf (redactie Paula Loeckx, Karel Sergen, Guido Cloet ) verdween eveneens van het poëtisch toneel. De baan lag open voor het Gentse Poëziecentrum, dat tot dan toe de poëziepot had moeten delen met Leuven. In Vlaams-Brabant ontstond een vacuüm. Daarom beslisten we met een aantal ex-medewerkers bij mij thuis in Heverlee de koppen bij elkaar te steken. Ik had reeds een tweetal internationale groepen opgericht voor schilders en beeldhouwers en wist dat je in groep meer invloed hebt en luider kunt roepen dan uit één mond. We betreurden het vertrek van Eugène Van Itterbeek, de bezieler van het Poëziecentrum, maar we evalueerden ook kritisch. De verdwenen organisatie was te elitair, had te weinig aandacht besteed aan eigen, Vlaamse auteurs en slaagde er amper in om een geïnteresseerd publiek op te bouwen. Op mijn voorstel werd besloten (door o.a. Karel Sergen, Johan van Cauwenberge, Guido Cloet, Paul Loeckx) om een dichterscollectief op te richten. Mijn voorstel om het “Heavymettaal” te noemen (met een wat revolterende verwijzing naar de rockgroep “Heavy metal”) werd door Karel Sergen omgeturnd tot “Mengmettaal”. Ik werd tot voorzitter gekozen, Lieve Devijver tot secretaris. Guido Cloet nam de voorzittersfakkel over in 2006. We wilden een losse structuur hanteren, waarbij elk lid als creatief artiest in zijn eigenzinnigheid werd gerespecteerd en voorstellen kon doen en initiatief kon nemen. Dank zij deze vrijheid hebben we het 20 jaar uitgezongen. Politiek engagement kon, maar geen partijpolitiek (hoe voor de hand liggend ook voor sommige leden). Voor Mengmettaalactiviteiten werden altijd alle leden uitgenodigd tot deelname en inbreng. Nieuwe leden die de doelstellingen onderschreven konden zich makkelijk aanmelden. Met de tijd breidde het collectief zich uit tot een dertigtal gelijkgestemden. Gerda De Preter, Cyriel Gladines, Mark Naessens, Alfred Warrinnier, Reine Wellens, Wim Menheer, Bernard de Coen, Ann Van Dessel en redacteurs van de Tiense Verba-vereniging vervoegden de groep. Hoewel wij bij verschillende uitgeverijen aan het woord komen (Uitgeverij P, Lannoo, Davidsfonds, Querido, Kramat, Ellessy e.a.) bestond de nood voor Mengmettaal om ook eigen (ambachtelijke) publicaties, flyers, verzamelbundels, bloemlezingen en een ledenblad (“Mengmettaaltje” op 550 exemplaren) uit te geven. Mengmettaal had een eigen poëtica die in grote lijnen geformuleerd werd in een “Poëtisch Credo”. We reageerden tegen hermetische dichtkunst, die modieus (post-)postmodernistisch was en waarvoor universitaire studies en een biliotheek binnen handbereik onmisbaar waren om er greep op te krijgen. We wilden ons afzetten tegen de ivorentoren- of canapé-poëzie, tegen loftgedichten. In de Mengmettaal-poëtica primeerde de inhoud, vent kwam voor vorm. Scherp werd dit geformuleerd in de oneliner: “Poëzie is software voor de ziel.” Toch waren we niet wars van vernieuwing als ze poëtisch functioneel was. We wensten een poëzie die niet levensvreemd klonk en durfden tegen de verbale l'art pour l'art- acrobatiek in, de sociale functie van poëzie beklemtonen. We wilden een ruim publiek uit alle bevolkingslagen bereiken. Mengmettaal was een literaire maar zeker ook een sociaal-literaire vereniging. En inderdaad, soms lag het accent meer op het eerste dan op het laatste. Er werd wel eens éérst naar het publiek gekeken en pas dan naar de schone eigen pen. Et puis alors? Daarom lazen we in ziekenhuizen, bejaardentehuizen, hogescholen, cafés en kloosters, op trein en bus. We organiseerden als pluralistische, multiculturele organisatie lezingen en avonden met allochtone dichters, steunden de Koerden, schakelden Afrikaanse auteurs in, ijverden met straatoptredens voor meer verkeersveiligheid, autoloze zondagen, klaagden verkeersagressie aan, schreven gedichten voor nieuw in te richten begraafplaatsen, leidden tal van literaire wandelingen. We hielden stands open, traden op markten en tuinbeurzen op, gaven workshops, schrijfcursussen, poëzielessen in scholen en vormingswerk. Achteraan in deze bundel zal u ongetwijfeld versteld staan van waar en wanneer Mengmettaal zijn gezicht liet zien en reken maar, we werden ook vaak het gezicht van de activiteit zodat we telkens werden teruggevraagd. We schonken poëtisch bier in de Oost-Brabantse brouwerij: poëzieavonden met indivduele dichters, historici, filosofen, dichtersgroepen en -tijdschriften van andere provincies. We kozen onze eigen favorieten: auteurs die wij origineel, authentiek en kwalitatief hoogstaand vonden. Ook jonge beloftevolle elementen lieten we graag aan het woord. We organiseerden voor hen een tweejaarlijkse poëziewedstrijd, in samenwerking met Galerie Hannah, die telkens een ruime landelijke en internationale respons kende. Bij elke gelegenheid schakelden we eigen auteurs in om podiumervaring op te doen. Muziek kreeg altijd een plaats, van folk tot rock over klassiek naar liederen van een Russische operadiva. Want we wilden dus mengen! Ook met Frans/Duits, met (buik)danseressen, met fotografen, met schilders en beeldende kunstenaars, filmmakers… Onze natuurgedichten klonken in de modeltuinen van Geerts (Herent) of Hoegaarden. Wij plantten onze poëziepanelen en spandoeken op straten, pleinen en hovingen van kastelen. We werkten samen met de Leuvense musea en Kruidtuin. We steunden elkaar, lazen elkanders werk, gingen naar voorstellingen van nieuwe bundels van de leden, gaven raad, altijd met de bedoeling het eigen karakter, de eigen stijl van elke dichter te verfijnen. De bekommermis voor elkaars werk is voor verschillende auteurs heilzaam geweest. Ze durfden publiceren, optreden en de kwaliteit van hun gedichten ging er zodanig op vooruit dat Mengmettaal-auteurs een flink part van de literaire wedstrijden binnenhaalden, bij degelijke uitgeverijen konden aankloppen en in tijdschriften konden publiceren. Ze wonnen proviciale poëzieprijzen (Anwerpen / Limburg), werden genomineerd in internationale poëzieprijzen, en bemanden de jury van heel wat literaire wedstrijden. Ondanks de diametraal tegengestelde poëtica van een bloemlezer als Van Bastelaere werden een vijftal MM-dichters opgenomen in zijn “Hotel New Flandres, 60 jaar Vlaamse poëzie.” Leuven en omstreken zullen Mengmettaal missen. De groep heeft sowieso bijgedragen tot cultureel en geestelijk welzijn. Maar 20 jaar is héél lang voor een literaire vereniging. Het werd tijd om feestelijk af te ronden, wij willen niet zoals zovelen voor ons ‘een stille dood sterven’. Maar met het opheffen van de vereniging, wordt de schrijfmicrobe absoluut niet in quarantaine gezet. Het schrijversbloed kruipt waar het niet gaan kan, en dus zal je oud-Mengmettalers met een mix van glimlach en ernst nog overal zien opduiken… Mark Meekers, voorzitter 1991-2006 www.markmeekers.be / www.marcelrademakers.be

NIEUWE PUBLICATIE VAN MARK MEEKERS

MARK MEEKERS, FUSION, KUNSTENAARS UIT ZUIDWEST-FRANKRIJK / ARTISTES PEINTRES DU SUD-OUEST, uitg.: Mijnboek, Gent, 2012, 129 p., 28 zwart-witill., 4 kleurenill. “In deze eerste studie over de internationale schildersgroep ‘Fusion’, die een kwart eeuw geleden in Zuidwest-Frankrijk werd opgericht, toont Mark Meekers hoe deze ‘groene schilders’ de geesten rijp maakten voor de ecologische bewustwording en een terugkeer naar de essentie van het schilderen: kleur en licht.” (Achterplat) BEOORDELING - “Fusion van Mark Meekers is om velerlei redenen een buiten-gewoon boek. Onder andere omdat je als recensent het niet in een oogopslag kunt onderbrengen in een genre. Is het een verhaal? Of is het een essay? Het product van een creatief proces of het resultaat van een beredeneerd project? Eén antwoord voldoet mij, één: het is een manier om de aandacht te vestigen op de internationale schildersgroep Fusion, die een kwart eeuw geleden in de Sud-Ouest van Frankrijk werd opgericht, op initiatief van twee Vlaamse kunstschilders… Een meeslepend verhaal over ecologische bewustwording en terugkeer naar de essentie.” (Th. Deleu) - “Niet Vlaanderen maar Frankrijk zendt zijn Vlaamse zonen uit” (Frank De Vos) - “Is het nu door mijn argwaan voor de media? Is het door mijn aangeboren afkeer voor omhoog geblazen zaken via het netwerk van ‘vrienden’…? Is het nu een afwijking, mijn sympathie voor dat onderbelichte dat hier nooit voldoende kans krijgt of onder het stof wordt gevaagd? In feite kan het me niet schelen en wat onder het stof ligt past uitstekend voor een onvolprezen Centrum met veel Reëvaluatie.” (Frank De Vos, 2012) - “Het boek Fusion is een totaalpakket geworden, een aanstekelijke portfolio, een mooi verpakte ‘stapsteen’ in het bouwwerk dat Kunst noemt. De lezer krijgt een volledig beeld van het ‘grensoverstijgend initiatief’ via definitie, concept, reminiscenties, tentoonstellingen, persartikelen.” (Th. Deleu, 2012) - “FUSION” kan bekomen worden door overschrijving van 20 euro op rekening IBAN BE33 0000 6188 0946, BIC BPOTBEB1 van Marcel Rademakers, Leo Dartelaan 20, 3001 Heverlee, met de vermelding “Fusion”.

MENGMETTAAL 20

“MENGMETTAAL IN TWEEBRONNEN” Na 20 jaar, na een twintigtal publicaties en een goede honderd vijftig manifestaties besluit het dichterscollectief Mengmettaal zijn activiteiten te beëindigen. Een vanouds bekend poëziehuis sluit de deuren… Een dertigtal dichters nodigen je uit om dit met drie manifestaties te vieren: 1. TENTOONSTELLING (13 – 25 oktober) Publicaties van de leden en de uitgaven van Mengmettaal worden getoond. Gedichten op allerlei dragers, visuele poëzie, grafiek en schilderijen o.a. van Luc Vandeborght en Marcel Rademakers (Mark Meekers). Vernissage op zaterdag 13 oktober om 14.00 uur met rondleiding. / Stedelijke Openbare Bibliotheek TWEEBRONNEN, Rijschoolstraat 4, 3000 Leuven. Openingsuren: ma. / woe. van 12-18; dond. van 12-20; dins. / vrij. / zat. van 10-18 uur. 2. DICHTBUNDEL “SLUITSTEEN” De inleiding is van de hand van Mark Meekers (Marcel Rademakers), stichter en zestien jaar voorzitter van Mengmettaal. Jan Devijver illustreert met foto’s. Elke Mengmettaler is vertegenwoordigd met twee gedichten, de uitgave sluit af met een overzicht van alle activiteiten gedurende deze twee decaden. 80 Pagina’s, 15 euro. Een uitgave van Uitgeverij P. 3. FEESTELIJKE SLOTAVOND (Donderdag 25 oktober) Een terugblik op 20 jaar Mengmettaal via interviews, sfeerbeelden met commentaar en muziek, presentatie van “Sluitsteen”. De dichters lezen een laatste maal… met Gerda de Preter, Herman Rohaert, Mark Naessens, Cyriel Gladines, An Van Dessel, Luc Vande Borght e.a. Karel Sergen regisseert en presenteert. De groep Nervous Willy brengt blue grass music. Om 19.00 uur rondleiding door de tentoonstelling. 20.00 Uur feestelijke literaire avond. Na afloop, omstreeks 22.00 uur receptie. Inkom gratis.

woensdag 31 maart 2010

GILBERTE DE LEGER DOOR DE BRIL VAN MARK MEEKERS

Op vrijdag 19 maart leidde Mark Meekers (Marcel Rademakers) in de grote zaal van de Bibliotheek Kris Lambert (Oostende) de bundel “The Feast of Burning Tongues” / “Feest van brandende tongen” in. De Noord-Ierse uitgeverij Lapwing (Belfast), publiceerde de laatste gedichten van de onlangs overleden dichteres-schilderes Gilberte De Leger. Gedichten uit deze tweetalige uitgave Engels-Nederlands werden gelezen door Martin Burke en Ingrid Verdonck.

“… De schrijfstijl van De Leger is gekenmerkt door complexe eenvoud, uitgezuiverd qua inhoud en woordkeus: zelden staat er een woord teveel, je moet zoeken naar een adjectief. Haar schriftuur is beheerst, mengt observatie en beschouwing, klinkt soms enthousiast maar ontspoort niet, is gevoelig maar niet sentimenteel. Ze heeft alle clichés van tussen de tanden gepoetst, spreekt met frisse adem en houdt daarbij nauwelijks rekening met poëtische codes. Ze heeft vele aspecten van de poëzie van de jongste veertig jaren in zich opgenomen en verwerkt tot een unieke, eigen stem. Ze aanvaard het gebrek aan gehoor en beperkt succes. De literatuur relativerend, schrijft ze: misschien blijft er “hier en daar / een woord van gisteren” … “maar het verhaal / is meegenomen / achter de sluier / van de kim / waar zoveel verhalen sterven.” (“Tekens in het zand”, 85/ 10-11, 13-17)
De jury van een poëziewedstrijd beoordeelde onlangs haar ingezonden tekst als een product van een jonge dichteres. De zesentachtigjarige is dus niet verouderd, haar stijl en haar pleidooi voor eerlijke maatschappij en schoonheid in natuur en kunst slaan nog altijd aan. Is dit niet een beetje ‘onsterfelijk’ zijn? Hoe kunnen we dat beter vieren dan met de lectuur van ‘Het Feest van de Brandende Tongen’? Ik ben er zeker van dat de lezers in vuur en vlam zullen staan.”
(Mark Meekers, introductietekst)